Familie Reurslag - Vijf generaties in de horeca
Zeg je Laren, dan zeg je ook Witkamp. De familie Reurslag runt het iconische bedrijf inmiddels al ruim 115 jaar, verspreid over vier generaties. En de vijfde generatie klopt al weer op de deur: zoon Jannes nam in april van dit jaar de Dorpspomp (voorheen Aris Frieterie) over en zoon Hendrik werkt volop mee bij Witkamp. Hoe is het om samen als familie in de horeca te werken? En hoe bereiden zij zich voor op de Larense Kermis? In een gezellig gesprek geven Anneke, Harold, Frederike én Jannes antwoord op deze vragen en meer.
“Zelf kwam ik voor het eerst op mijn zeventiende in 1962 bij Witkamp, toen ik verkering kreeg met mijn man”, begint Anneke. “Ik werkte in de verpleging, maar ik was al snel meer bij Witkamp te vinden dan bij mijn ouders thuis. De horeca was me op het lijf geschreven. In 1975 namen wij de zaak over van mijn schoonouders.”
In 1992, toen zijn vader overleed, nam Harold het bedrijf van Anneke over. “Ik was toen net twintig jaar. Al doende en met hulp van Anneke leerde ik het bedrijf op de juiste manier te runnen.”
Eten wat de pot schaft
Anneke, Harold en Frederike draaien al enorm lang mee in de horeca. Zo verricht Anneke vandaag de dag nog steeds hand- en spandiensten voor Witkamp. Maar wat is er door de jaren heen allemaal veranderd? “Eigenlijk alles”, lacht Anneke. “Zo hadden we eerder alleen een hotel en zalen voor bruiloften en partijen. Voor de bruiloften kookte ik dan samen het diner met mijn schoonmoeder Marie. Pas in 1969 begonnen we met een restaurant met plateservice, daarvoor was het gewoon ‘eten wat de pot schaft’. Als er een reiziger kwam die een uitsmijter wilde, dan ging ik op de fiets naar de slager om ham te halen. En we haalden de groenten uit een blik Bonduelle. Tegenwoordig komen alle producten natuurlijk vers bij ons binnen.” “Sinds 1992 is alles veel massaler geworden”, voegt Harold toe. “Mensen gingen vroeger alleen uit eten als er iets te vieren was, nu lunchen ze meerdere keren per week. En de stress en de werkdruk liggen een stuk hoger. Eerder dronk al het personeel standaard om 14:45 uur een kop koffie met elkaar, dat is iets wat we ons nu niet meer voor kunnen stellen.”
De Dorpspomp
Dat de horeca in de genen van de familie zit, is overduidelijk. Hendrik, de jongste zoon, werkt al volop mee in het bedrijf. En Jannes nam in april de Dorpspomp (voorheen Aris Frieterie) over. “Na mijn opleiding International Business heb ik kort op kantoor gewerkt, maar ik kwam er snel achter dat ik daar erg ongelukkig van werd. Ik wilde liever ondernemen, maar ik wist nog niet in welke vorm. Toen kwam dit op mijn pad. Tot dusver gaat het heel goed, ik ben hartstikke druk! Ik heb met Aris nog veel contact en kan gelukkig bij hem terecht voor vragen.” “En bij mijn ouders natuurlijk, al wijzen zij mij vooral op alles wat er beter kan… maar ze hebben wél altijd gelijk”, lacht Jannes. “Zo gaf ik laatst de bloemen water op het terras. Ik was nog niet klaar met mijn ronde, toen mijn vader al langsreed. Hij stopt midden op de kruising en roept uit het raam: ‘Jannes, klap die parasols nou eens uit!’ Daarnaast geven mijn ouders mij ook tips over de omgang met leveranciers en andere partijen, wat heel handig is. Zo trap ik hopelijk niet in bepaalde valkuilen.”
Voorbereiden op de kermis
Naast alle reguliere hectiek is de familie druk bezig met de voorbereidingen op de Larense Kermis, vanzelfsprekend één van de hoogtepunten van het horeca-jaar. Voor Jannes is het zijn eerste kermis als uitbater van de Dorpspomp. “Eerder haalde ik tijdens de kermis weleens friet bij Aris, maar nu sta ik zelf aan de andere kant”, grijnst hij. “Ik ben al druk bezig met alle voorbereidingen en ik heb er zin in!” “We vinden de kermis altijd enorm leuk, maar het is ook een erg hectische tijd”, vult Frederike aan. “Ver van tevoren beginnen we al met de voorbereidingen; het regelen van de muziek, zorgen dat we genoeg personeel hebben, dat alle techniek werkt, dat de tent buiten opgezet wordt en dat we genoeg voorraad inkopen. Ook verbouwen we binnen de hele boel om het zo hufterproof mogelijk te maken. Gelukkig hebben we fijne collega’s en een goed team waar we op terug kunnen vallen. Eigenlijk slapen we bijna niet het hele weekend. Als alles uiteindelijk weer succesvol en zonder narigheid is verlopen én de boel is weer schoon, dan zijn we heel tevreden!”, lacht ze. Samen werken De anekdotes illustreren de werkwijze van de familie Reurslag. “In de horeca moet je iedere dag weer de puntjes op de i zetten, alles moet kloppen”, aldus Frederike. “We verlangen dat ook van Hendrik en Jannes, dus soms kan het weleens botsen. Maar als familie weten we wel alles van elkaar en zijn we heel open. Alles is bespreekbaar. Je kunt elkaar goed helpen met de dagelijkse gang van zaken en kennis met elkaar delen.”
Harold: “Jannes en Hendrik zijn al weer de vijfde generatie Reurslag die inmiddels in de horeca-startblokken staat, wat natuurlijk best bijzonder is. Wat wij uiteindelijk allemaal zo mooi vinden aan de horeca, is dat er elke dag gezelligheid en reuring is. Het is gaaf dat we dit met elkaar kunnen en mogen doen. We gaan mooi op dezelfde voet door!”
Eten wat de pot schaft
Anneke, Harold en Frederike draaien al enorm lang mee in de horeca. Zo verricht Anneke vandaag de dag nog steeds hand- en spandiensten voor Witkamp. Maar wat is er door de jaren heen allemaal veranderd? “Eigenlijk alles”, lacht Anneke. “Zo hadden we eerder alleen een hotel en zalen voor bruiloften en partijen. Voor de bruiloften kookte ik dan samen het diner met mijn schoonmoeder Marie. Pas in 1969 begonnen we met een restaurant met plateservice, daarvoor was het gewoon ‘eten wat de pot schaft’. Als er een reiziger kwam die een uitsmijter wilde, dan ging ik op de fiets naar de slager om ham te halen. En we haalden de groenten uit een blik Bonduelle. Tegenwoordig komen alle producten natuurlijk vers bij ons binnen.” “Sinds 1992 is alles veel massaler geworden”, voegt Harold toe. “Mensen gingen vroeger alleen uit eten als er iets te vieren was, nu lunchen ze meerdere keren per week. En de stress en de werkdruk liggen een stuk hoger. Eerder dronk al het personeel standaard om 14:45 uur een kop koffie met elkaar, dat is iets wat we ons nu niet meer voor kunnen stellen.”
De Dorpspomp
Dat de horeca in de genen van de familie zit, is overduidelijk. Hendrik, de jongste zoon, werkt al volop mee in het bedrijf. En Jannes nam in april de Dorpspomp (voorheen Aris Frieterie) over. “Na mijn opleiding International Business heb ik kort op kantoor gewerkt, maar ik kwam er snel achter dat ik daar erg ongelukkig van werd. Ik wilde liever ondernemen, maar ik wist nog niet in welke vorm. Toen kwam dit op mijn pad. Tot dusver gaat het heel goed, ik ben hartstikke druk! Ik heb met Aris nog veel contact en kan gelukkig bij hem terecht voor vragen.” “En bij mijn ouders natuurlijk, al wijzen zij mij vooral op alles wat er beter kan… maar ze hebben wél altijd gelijk”, lacht Jannes. “Zo gaf ik laatst de bloemen water op het terras. Ik was nog niet klaar met mijn ronde, toen mijn vader al langsreed. Hij stopt midden op de kruising en roept uit het raam: ‘Jannes, klap die parasols nou eens uit!’ Daarnaast geven mijn ouders mij ook tips over de omgang met leveranciers en andere partijen, wat heel handig is. Zo trap ik hopelijk niet in bepaalde valkuilen.”
Voorbereiden op de kermis
Naast alle reguliere hectiek is de familie druk bezig met de voorbereidingen op de Larense Kermis, vanzelfsprekend één van de hoogtepunten van het horeca-jaar. Voor Jannes is het zijn eerste kermis als uitbater van de Dorpspomp. “Eerder haalde ik tijdens de kermis weleens friet bij Aris, maar nu sta ik zelf aan de andere kant”, grijnst hij. “Ik ben al druk bezig met alle voorbereidingen en ik heb er zin in!” “We vinden de kermis altijd enorm leuk, maar het is ook een erg hectische tijd”, vult Frederike aan. “Ver van tevoren beginnen we al met de voorbereidingen; het regelen van de muziek, zorgen dat we genoeg personeel hebben, dat alle techniek werkt, dat de tent buiten opgezet wordt en dat we genoeg voorraad inkopen. Ook verbouwen we binnen de hele boel om het zo hufterproof mogelijk te maken. Gelukkig hebben we fijne collega’s en een goed team waar we op terug kunnen vallen. Eigenlijk slapen we bijna niet het hele weekend. Als alles uiteindelijk weer succesvol en zonder narigheid is verlopen én de boel is weer schoon, dan zijn we heel tevreden!”, lacht ze. Samen werken De anekdotes illustreren de werkwijze van de familie Reurslag. “In de horeca moet je iedere dag weer de puntjes op de i zetten, alles moet kloppen”, aldus Frederike. “We verlangen dat ook van Hendrik en Jannes, dus soms kan het weleens botsen. Maar als familie weten we wel alles van elkaar en zijn we heel open. Alles is bespreekbaar. Je kunt elkaar goed helpen met de dagelijkse gang van zaken en kennis met elkaar delen.”
Harold: “Jannes en Hendrik zijn al weer de vijfde generatie Reurslag die inmiddels in de horeca-startblokken staat, wat natuurlijk best bijzonder is. Wat wij uiteindelijk allemaal zo mooi vinden aan de horeca, is dat er elke dag gezelligheid en reuring is. Het is gaaf dat we dit met elkaar kunnen en mogen doen. We gaan mooi op dezelfde voet door!”
























































