Repair Café
Kapotte spullen weggooien is zonde, zeker als ze met een kleine ingreep weer bruikbaar zijn. Daarom organiseren vrijwilligers in Laren al sinds 2013 een Repair Café. Elke tweede zaterdag van de maand staan Jan Nijman (73) en Henk Dommertholt (74) klaar om samen met dorpsgenoten te repareren wat nog te redden valt. Van koffiezetapparaten tot jukeboxen: alles krijgt een kans op een tweede leven.
Wat is Repair Café?
Repair Café is een gratis toegankelijke bijeenkomst waar mensen samen met vrijwilligers kapotte spullen proberen te repareren, zoals elektrische apparaten, kleding of meubels. Het doel is om producten een tweede leven te geven, reparatiekennis te behouden en verspilling van grondstoffen tegen te gaan. Ook zonder eigen reparatieproject is men welkom om te kijken, te helpen of een kop koffie te drinken. Het eerste Repair Café werd in 2009 georganiseerd in Amsterdam door Martine Postma. Sindsdien is het uitgegroeid tot een wereldwijde beweging met alleen in Nederland en België al honderden locaties. Meer informatie: repaircafe.org
Hoe is het Repair Café in Laren tot stand gekomen en hoe zijn jullie erbij betrokken geraakt?
Jan: “Mijn vrouw werkte bij Kulturhus ’t Kruispunt en zij vertelde dat de beheerder, Herman Schaap, met het idee speelde om in Laren een Repair Café te starten. Ik heb altijd vrijwilligerswerk gedaan en toen ik dit hoorde, dacht ik: dat lijkt mij wel wat om aan mee te werken. Ik sprak Herman op een verjaardag en heb toen aangegeven dat ik wilde meepraten en meedenken, want ik had wel wat ideeën.” Henk: “Ik ben via Jan bij het Repair Café gekomen. Hij had al eens vaker gevraagd of ik wilde meehelpen. Ik wilde dat wel doen, maar vanaf mijn pensioen.”
Voor wie is het Repair Café Laren eigenlijk bedoeld en wat voor reparaties verrichten jullie onder andere?
Jan: “Uiteindelijk natuurlijk voor iedereen! De meeste aanloop hebben we van de wat oudere mensen met bijvoorbeeld keukenapparatuur, maar soms ook wel wat jongere mensen met andere elektronische apparatuur.” Henk: “We repareren veel stofzuigers en koffiezetapparaten. Stekkers en schakelaars steeds minder. Wij hopen natuurlijk dat dit door ons komt, omdat de mensen bij het Repair Café leren om dit zelf te doen.”
Henk: “Ik heb altijd als wegenwacht gewerkt en ben daardoor goed thuis bij de wat grovere elektronica. Andere vrijwilligers zijn dan weer handig met fijne elektronica en we hebben ook twee dames in onze groep die kleding en gordijnen kunnen herstellen. We leren ook veel van elkaar.” Jan: “Ja, inderdaad. We zijn met tien vrijwilligers uit onder andere Laren, Lochem, Almen en Bathmen. Allemaal handige mensen met allemaal een andere achtergrond. Ik ben zelf machinebankwerker geweest. Zo leren we samen maar door! Het lukt vaak om 60% tot 70% te repareren.”
Hoe is het achter de schermen geregeld en welke voorbereidingen treffen jullie?
Jan: “Wij vallen als vrijwilligers onder het Kulturhus en wij draaien het Repair Café onder hun organisatie. Dat scheelt enorm veel rompslomp en verantwoordelijkheden. Deze samenwerking verloopt uitstekend en daar zijn we natuurlijk heel erg blij mee. We hebben een kleine opslagruimte in het Kulturhus en daar staat ook onze zelfgemaakte kar met gereedschap en materiaal. Deze past precies in de lift en die rijden we dan zo de zaal in.” Henk: “Verder neem ik een tas met gereedschap mee. Iedereen werkt graag met zijn eigen spullen. Soms krijgen we ook weleens gereedschap. We zetten vervolgens de tafels op een rij en dan kunnen we beginnen.” Jan: “Bij binnenkomst moeten mensen zich wel even inschrijven. Dat is deels in verband met de verzekering, maar ook vanwege enkele huisregels. Zo is het bijvoorbeeld de bedoeling dat de mensen erbij blijven als we aan de slag gaan. Het principe is dat men erbij blijft om te leren hoe ze een volgende keer zelf een reparatie kunnen uitvoeren.”
Ik kan mij zo voorstellen dat jullie in de loop der jaren ook weleens bijzondere reparaties gedaan hebben. Klopt dat?
Henk: “Iemand had eens een laptop laten vallen en daardoor was het scherm deels los komen te zitten. Bij de computerwinkel wilden ze het niet repareren. We hebben er met een paar man naar gekeken en besloten om er een gat in te boren en de boel opnieuw vast te maken. Het eindresultaat zag er niet uit, maar het werkte wel!” Jan: “We hebben al eens een jukebox gemaakt en een ouderwetse pop. Ook al eens een trekharmonicakoffer. Dat was leuk, want terwijl we bezig waren met de koffer speelde de mevrouw gezellig op de harmonica.” Henk: “Er kwam ook eens iemand aanrijden met een aanhanger met daarop een zaagbok. We hebben dat ding op een steekwagen gezet en naar binnen gereden. Ook deze hebben we weer aan de praat gekregen.”
Waar halen jullie het plezier uit als vrijwilliger?
Jan: “Ik doe dit vooral voor de ‘noaberhulp’. Mensen zijn vaak zo dankbaar. Een kopje koffie of thee krijgen ze van ons en vervolgens natuurlijk de reparatie. De waardering zien we terug in de pot voor de vrije gift. Daarnaast is het ook heel gezellig met de vrijwilligers onderling. Na afloop drinken we wat, eten we samen een broodje en praten we na over wat we die dag allemaal voorbij hebben zien komen.” Henk: “Ik haal het meeste plezier uit de reparaties. Met elkaar komen we tot een oplossing, dat vind ik mooi. We zien ook veel vaste gezichten. Soms is er wat kapot, maar het is ook voor de gezelligheid.” Jan: “Iedereen heeft een andere insteek, dat merk ik ook bij Repair Cafés in andere plaatsen. Er zijn er ook bij die dit werk vooral doen voor het milieu. Dat is natuurlijk ook prima, het dient allemaal hetzelfde doel.” Henk: “Niet alle mensen durven om hulp te vragen in hun omgeving. Op deze manier is dat voor sommigen ook wat makkelijker.” Jan: “Er komen ook mensen langs die vragen om een advies. Als wij ernaar gekeken hebben, dan weten ze zeker dat bijvoorbeeld een apparaat nog in orde en veilig is. Dit zijn meestal de grootste giften in de pot.” Henk: “Bedrijven verklaren een apparaat al snel total-loss, maar voor ons is dat anders. Het motto is niet voor niets: ‘Weggooien? Mooi niet!’”
Jan: “Uiteindelijk natuurlijk voor iedereen! De meeste aanloop hebben we van de wat oudere mensen met bijvoorbeeld keukenapparatuur, maar soms ook wel wat jongere mensen met andere elektronische apparatuur.” Henk: “We repareren veel stofzuigers en koffiezetapparaten. Stekkers en schakelaars steeds minder. Wij hopen natuurlijk dat dit door ons komt, omdat de mensen bij het Repair Café leren om dit zelf te doen.”
Henk: “Ik heb altijd als wegenwacht gewerkt en ben daardoor goed thuis bij de wat grovere elektronica. Andere vrijwilligers zijn dan weer handig met fijne elektronica en we hebben ook twee dames in onze groep die kleding en gordijnen kunnen herstellen. We leren ook veel van elkaar.” Jan: “Ja, inderdaad. We zijn met tien vrijwilligers uit onder andere Laren, Lochem, Almen en Bathmen. Allemaal handige mensen met allemaal een andere achtergrond. Ik ben zelf machinebankwerker geweest. Zo leren we samen maar door! Het lukt vaak om 60% tot 70% te repareren.”
Hoe is het achter de schermen geregeld en welke voorbereidingen treffen jullie?
Jan: “Wij vallen als vrijwilligers onder het Kulturhus en wij draaien het Repair Café onder hun organisatie. Dat scheelt enorm veel rompslomp en verantwoordelijkheden. Deze samenwerking verloopt uitstekend en daar zijn we natuurlijk heel erg blij mee. We hebben een kleine opslagruimte in het Kulturhus en daar staat ook onze zelfgemaakte kar met gereedschap en materiaal. Deze past precies in de lift en die rijden we dan zo de zaal in.” Henk: “Verder neem ik een tas met gereedschap mee. Iedereen werkt graag met zijn eigen spullen. Soms krijgen we ook weleens gereedschap. We zetten vervolgens de tafels op een rij en dan kunnen we beginnen.” Jan: “Bij binnenkomst moeten mensen zich wel even inschrijven. Dat is deels in verband met de verzekering, maar ook vanwege enkele huisregels. Zo is het bijvoorbeeld de bedoeling dat de mensen erbij blijven als we aan de slag gaan. Het principe is dat men erbij blijft om te leren hoe ze een volgende keer zelf een reparatie kunnen uitvoeren.”
Ik kan mij zo voorstellen dat jullie in de loop der jaren ook weleens bijzondere reparaties gedaan hebben. Klopt dat?
Henk: “Iemand had eens een laptop laten vallen en daardoor was het scherm deels los komen te zitten. Bij de computerwinkel wilden ze het niet repareren. We hebben er met een paar man naar gekeken en besloten om er een gat in te boren en de boel opnieuw vast te maken. Het eindresultaat zag er niet uit, maar het werkte wel!” Jan: “We hebben al eens een jukebox gemaakt en een ouderwetse pop. Ook al eens een trekharmonicakoffer. Dat was leuk, want terwijl we bezig waren met de koffer speelde de mevrouw gezellig op de harmonica.” Henk: “Er kwam ook eens iemand aanrijden met een aanhanger met daarop een zaagbok. We hebben dat ding op een steekwagen gezet en naar binnen gereden. Ook deze hebben we weer aan de praat gekregen.”
Waar halen jullie het plezier uit als vrijwilliger?
Jan: “Ik doe dit vooral voor de ‘noaberhulp’. Mensen zijn vaak zo dankbaar. Een kopje koffie of thee krijgen ze van ons en vervolgens natuurlijk de reparatie. De waardering zien we terug in de pot voor de vrije gift. Daarnaast is het ook heel gezellig met de vrijwilligers onderling. Na afloop drinken we wat, eten we samen een broodje en praten we na over wat we die dag allemaal voorbij hebben zien komen.” Henk: “Ik haal het meeste plezier uit de reparaties. Met elkaar komen we tot een oplossing, dat vind ik mooi. We zien ook veel vaste gezichten. Soms is er wat kapot, maar het is ook voor de gezelligheid.” Jan: “Iedereen heeft een andere insteek, dat merk ik ook bij Repair Cafés in andere plaatsen. Er zijn er ook bij die dit werk vooral doen voor het milieu. Dat is natuurlijk ook prima, het dient allemaal hetzelfde doel.” Henk: “Niet alle mensen durven om hulp te vragen in hun omgeving. Op deze manier is dat voor sommigen ook wat makkelijker.” Jan: “Er komen ook mensen langs die vragen om een advies. Als wij ernaar gekeken hebben, dan weten ze zeker dat bijvoorbeeld een apparaat nog in orde en veilig is. Dit zijn meestal de grootste giften in de pot.” Henk: “Bedrijven verklaren een apparaat al snel total-loss, maar voor ons is dat anders. Het motto is niet voor niets: ‘Weggooien? Mooi niet!’”
























































