De pen - Ad Heide
Als ‘import’ uit de Randstad ben ik, Ad Heide (1941), in 1990 in Laren beland. Mij is verteld dat je altijd ‘import’ blijft wanneer je niet in Laren bent geboren.
Oost-Nederland was mij overigens niet onbekend. Als kind logeerde ik vaak bij familie in Staphorst, op een kleine boerderij van vijf hectare met vier koeien, een varken en wat kippen. Ik hielp mijn oom met het opbinden van schoven nadat hij met de zeis had gemaaid. De geuren en geluiden van het boerenleven hebben mij altijd een vertrouwd en goed gevoel gegeven. Later brachten we met onze kinderen vele vakanties door in de Achterhoek.
Regelmatig vroegen mensen uit het westen mij of ik het hier in deze regio naar mijn zin had. Mijn antwoord was en is nog altijd volmondig: ja! Meestal begon ik dan te vertellen over het boek Oud-Achterhoeksch Boerenleven van H.W. Heuvel. Daarna volgden vanzelf de herinneringen.
Zo zag ik op mijn eerste Laornse kermis het spectaculaire steilewandrijden, waarbij motorrijders horizontaal door een grote houten ton rijden. Ook de Dikke Boom bleef uiteraard niet onvermeld. In de tientallen jaren dat ik hier woon, is de Dikke Boom niet veel dikker geworden. Ikzelf werd wel dikker, mede dankzij de heerlijke streekproducten, zoals de kaas en yoghurt die vroeger op boerderij Pasop werden gemaakt.
Als lid van de vogelwerkgroep bezocht ik veel boerderijen om uilen te ringen en zwaluwen te tellen. Dat ging vrijwel altijd gepaard met een goed gesprek over het plattelandsleven, vaak onder het genot van een kop koffie.
Een bijzondere herinnering is de Laornse Passion, die in 2015 vanuit de kerk werd georganiseerd. Ik mocht daaraan deelnemen. Het bijzondere aan deze Passion was dat heel Laren erbij werd betrokken. Waar het kruis elders in Nederland kanten-klaar wordt meegedragen, werd het in Laren door de gemeenschap zelf opgebouwd. Vanuit vier windrichtingen werden honderden kaarsen en lichtjes aangevoerd. Ongeveer tweehonderd Larenaars vulden bij de kerk samen het frame, waaruit een indrukwekkend verlicht kruis ontstond. Het resultaat was een prachtig Paaslicht dat in het donker ver over het dorp uitstraalde.
Binnen in de kerk werd vervolgens de Passion opgevoerd. De belangstelling was zo groot dat de voorstelling twee keer werd gespeeld, telkens voor een volle kerk met honderden bezoekers. Voor mij was dit een prachtig voorbeeld van de verbondenheid tussen de kerk en de Laornse gemeenschap. Die verbondenheid bleek ook uit andere initiatieven, zoals de mountainbikeroute die ooit dwars door de kerkzaal voerde.
Tot slot wil ik de waardevolle woorden van meester H.W. Heuvel citeren. Ze zijn ingegrift op het bankje aan de Lenderinkstege:
"Ik wil graag naar de hemel, maar die moet dan wel lijken op de Achterhoek."
Ik kan die uitspraak inmiddels helemaal begrijpen.
























































