Editie 41 ligt op de mat! Deadline aanleveren editie 42: 16 juli - 12.00 uur

Voor tips, vragen over bezorging of adverteren: info@larenmagazine.nl - tel. 06 16 46 55 33

_8694_1780300377

De werkdag van... Jessica Deurman

Jessica Deurman
Geboren: in Assen 1975, verhuisd naar Laren in 2012
Beroep: huisarts

Als ik aankom in het gebouw van de medische dienst bij azc Schalkhaar, zijn de verpleegkundige(n) en doktersassiste(s) vaak al aanwezig. Ik begin met het doornemen van de post. Ook moet ik de dossiers fi atteren van patiënten die door de doktersassistente en/of verpleegkundige gezien zijn.

Om half 10 begint het inloopspreekuur. Meestal zitten er dan al aardig wat asielzoekers in de wachtruimte. Zij worden in de triagekamer, een kleine afsluitbare ruimte, door de doktersassistente achter de balie gezien. Bij een taalbarrière belt de doktersassistente eerst een tolk. De meest voorkomende taal is Arabisch. De meeste asielzoekers in Schalkhaar komen uit Syrië. Andere veelvoorkomende talen waarvoor we de tolk bellen, zijn Koerdisch (Kurmancî), de taal van de Koerden (o.a. uit Syrië en Irak), en Somalisch, de taal van Somaliërs.

De doktersassistente vraagt de klachten uit, geeft adviezen of zet een patiënt in de agenda bij de verpleegkundige of bij de huisarts. De doktersassistente vraagt mij er ook wel eens meteen bij, bijvoorbeeld bij een patiënt met een “kleine” klacht, zoals oorpijn. In de triagekamer kijk ik dan in de oren en schrijf ik zo nodig medicatie voor. Dit is wel zo handig, omdat de tolk dan ook nog telefonisch aanwezig is.

Om half 10 begint ook mijn eigen spreekuur. Ik doe een witte jas aan, voor de herkenbaarheid als dokter. Per patiënt heb ik een half uur, en die tijd heb ik vaak ook nodig. Het kost soms al wat tijd om de tolk aan de lijn te krijgen, en soms is het door het cultuurverschil lastig om precies te achterhalen wat de patiënt bedoelt. Gelukkig zijn de tolken goed getraind, komen ze vaak ook uit de desbetreff ende landen en kunnen ze het een en ander uitleggen over cultuurverschillen. Omgekeerd vraag ik ook wel aan de tolk om aan de patiënt uit te leggen dat wij Nederlandse dokters vaak open en direct communiceren, en dat dat onze manier van doen is (als ze een status krijgen, zullen ze hier toch aan moeten wennen). Overigens heb ik weinig “last” van cultuurverschillen. Zolang je elkaar als medemens blijft zien en elkaar respectvol behandelt, kun je met iedereen communiceren en zelfs grapjes maken. Humor blijkt soms verrassend universeel!

Op medisch gebied zie ik heel andere dingen dan in de reguliere praktijk. Ondanks dat asielzoekers uit risicolanden in Ter Apel al gescreend worden op tuberculose, blijf ik er alert op. Bij een patiënt die hoest, afvalt en last heeft van nachtzweten, laat ik bloed prikken op antistoff en tegen TBC. Ook heb ik regelmatig contact met specialisten in het Deventer Ziekenhuis over (in Nederland) zeldzame ziektes. Of ik stuur een mail naar de neurologen met de vraag wat ik moet doen met een patiënt met oude bomscherven in zijn hoofd…

Veel asielzoekers hebben traumatische ervaringen gehad, in hun land van herkomst of onderweg. Ze zijn niet voor niets gevlucht! Het zijn soms verschrikkelijke verhalen die ik hoor. Psychische problemen komen dan ook veel voor. Daarom vind ik het fi jn om patiënten te laten zien dat wij hen met respect behandelen en dat ze bij ons kunnen zijn wie ze zijn, zonder dat we hen veroordelen. Een vriendelijk gesprek, wat voor mij vanzelfsprekend is, zowel in de reguliere praktijk als op het AZC, kan voor asielzoekers soms al een wereld van verschil betekenen. En daar word ik dan weer blij van!

Door de steun van deze adverteerders kan Laren Magazine bestaan: